Nieuwgrieks, Morfologie en Syntaxis


Bezoek ook: www.woordenlijstnieuwgrieks.nl
Nieuwgrieks, Morfologie en Syntaxis
Bezoek ook: www.woordenlijstnieuwgrieks.nl

©

 
◄**   ▼*   Syntaxis   ►**
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
Grammatica//Synt/SyntBijz/SyntBijzComp2PouWaar>

Complementszinnen


Complementszinnen na werkwoord van waarneming, ingeleid door που

Που als onderschikkend voegwoord is in de vroege Middeleeuwen uit hetzelfde woord ontstaan als waaruit het betrekkelijke voornaamwoord που is voortgekomen.
Omdat deze beide woorden που beide bijzinnen inleiden (complementszinnen resp. betrekkelijke=bijvoeglijke bijzinnen), is het soms onduidelijk welke functie που precies in een zin heeft.

Που kan als onderschikkend voegwoord complemenstzinnen inleiden bij hoofdzinnen met een werkwoord van emotie of van waarneming.
De ontkenning in de που-zin is δε(ν).

Werkwoorden van waarneming kunnn worden onderverdeeld in twee groepen:
- werkwoorden van directe zintuigelijke waarneming
- werkwoorden van mentale waarneming.

Werkwoorden van directe zintuigelijke waarneming

Werkwoorden van directe zintuigelijke waarneming, zoals 'horen' en 'zien' worden gevolgd door που wanneer zij geconstrueerd worden met een zogenaamd 'dubbel object'; dat wil zeggen dat het verzwegen onderwerp van de complementszin als expliciet lijdend voorwerp bij het werkwoord in de hoofdzin verschijnt. Voorbeeld:

βλέπω το Δημήτρη που με πλησιάζει. ik zie Dimitris naar mij toekomen (lett.: ik zie dat Dimitris mij nadert).


Dit lijdend voorwerp kan door een zwak persoonlijk voornaamwoord worden weergegeven of door een zelfstandig naamwoord.
Vanwege het directe karakter van de waarneming (je ziet, hoort of voelt iets gebeuren) staat het werkwoord in de bijzin vrijwel altijd in de indicativus van de eerste stam: praesens of imperfectum.

In deze gevallen is het betrekkelijke karakter van που nog duidelijk waarneembaar.
Vooral wanneer het lijdend voorwerp bij het werkwoord in de hoofdzin een zelfstandig naamwoord is, kan men erover twisten of που dan een voegwoord of een betrekkelijk voornaamwoord is.

είδα το τρένο που ξεκινούσε. ik zag de trein vertrekken.
ik zag de trein die vertrok.
βλέπω το Δημήτρη που με πλησιάζει. ik zie Dimitris naar mij toekomen.
ik zie Dimitris die mij nadert.
ακούω το ραδιόφωνο που παίζει κλασική μουσική. ik hoor de radio klassieke muziek spelen.
ik hoor de radio die klassieke muziek speelt.

Maar het lijdend voorwerp kan ook door middel vaneen zwak persoonlijk voornaamwoord worden weergegeven. Hoewel de constructie duidelijk nauw aan de bovenstaande verwant is, ontbreekt er in de hoofdzin een legitiem antecedent voor που als betrekkelijk voornaamwoord.
Daarom wordt που beschouwd als voegwoord:

τον βλέπω που φεύγει. ik zie hem weggaan.
τον είδα που έφευγε. ik zag hem weggaan.
τους ακούω που τραγουδάνε ik hoor hen zingen.


Που
versus ότι/πως

Werkwoorden van directe zintuigelijke waarneming worden gevolgd door een bijzin met ότι/πως wanneer het niet om de directe zintuigelijke waarneming zelf, maar om het mentaal proces van kennis-verwerving waartoe de waarneming aanleiding geeft.
In deze gevallen wordt het onderwerp van de bijzin niet als lijdend voorwerp in de hoofdzin geplaatst.
De complementszin is overduidelijk een lijdend voorwerpszin; de gehele zin kan vervangen worden door één woordgroep (zonder bijzin) als lijdend voorwerp. Vergelijk:

τον άκουσα που έμπαινε μέσα. ik hoorde hem binnenkomen. <-> άκουσα ότι πέθανε ο θείος του. ik hoorde dat zijn oom is overleden.
τον είδα που έφευγε. ik zag hem weggaan. <-> είδα ότι έφυγε. ik zag dat hij vertrokken was.
σε βλέπω που είσαι στενοχωρημένη. ik zie (toch) dat je verdrietig bent. <-> (το) βλέπω ότι είσαι στενοχωρημένη. ik zie (het toch) dat je verdrietig bent.


Που
versus να

Werkwoorden van directe zintuigelijke waarneming kunnen ook gevolgd worden door een bijzin met να.
Het verschil tussen de constructie met
που en die met να bestaat erin dat in de zin met που  de handeling (het waarnemen) ook daadwerkelijk moet hebben plaats gevonden, de feitelijkheid van het beweerde staat buiten kijf.
In de zin met
να hoeft dit niet het geval te zijn. Het kan bijvoorbeeld gaan om een logische voorstelling die de spreker zich maakt:

βλέπω το τρένο που ξεκινάει. ik zie de trein vertrekken.
ik zie de trein die vertrekt.
<-> βλέπω το τρένο να ξεκινάει. ik zie de trein vertrekken.
το είδα που ξεκινούσε. ik zag hem vertrekken. <-> το είδα να ξεκινάει. ik zag hem vertrekken.

Let op het gebruik van de eerste stam na να.

De bovenstaande zinnen betekenen in feite hetzelfde, al lijkt de waarneming in de που-zin meer gericht te zijn op de trein zelf, en in de να-zin op het vertrekken.

Vergelijk deze zinnen met de volgende waarin het gebruik van που niet mogelijk is:

τον βλέπω να κάνει κάτι καμιά μέρα. ik zie hem nog wel eens zoiets uithalen.
τον ακούς να το λέει μ'  εκείνη την περίεργη φωνή του; hoor je het hem zeggen met die rare stem van hem?


Π
ου versus και

Woorden van directe zintuigelijke waarneming worden ook wel eens nevenschikkend weergegeven met het voegwoord και:

είδα το Γιάννη κι ερχόταν προς τα δω. ik zag Giannis deze kant op komen.
ακούω το μωρό και κλαίει. ik hoor de baby huilen.

 

 

 

 


© Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright
 
  
 

Betekenis:
Semantiek

l

Zin:
Syntaxis

l

Woord:
Morfologie

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Fonologie

     

*

*

*

*

   

+

+

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: beginnersniveau
2 sterren: gevorderden-niveau
3 sterren: studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht