◄**   ▼*     ►**   ▲***
direct naar: Grammatica    Fonologie    Morfologie    Syntaxis
direct naar: Grammatica    Fonologie    Morfologie    Syntaxis
Grammatica//MorfWerw/MorfWerwRege/AcceAugm3Acti


Augment


Het accent van de vormen van de verleden tijd (paratatikos en aoristos) moet bij de vervoeging van bijna alle werkwoorden op de derde lettergreep van achteren staan.
Wanneer de stam van het werkwoord uit één lettergreep bestaat, is dat in de drie personen van het enkelvoud en in de derde persoon meervoud niet zonder meer mogelijk. Om het accent toch op de derde lettergreep van achteren te kunnen plaatsen wordt een -ε-, het zogenaamde augment, voor de stam van het werkwoord geplaatst.
Over het algemeen zal dit voorkomen bij werkwoorden van de 1e vervoeging. Immers om de stam van bijvoorbeeld de aoristos te maken wordt er geen lettergreep toegevoegd.
Toch zijn er ook werkwoorden van de 2e vervoeging waarbij een augment nodig is (ondanks dat de 2e stam actief wordt gevormd door toevoeging van -ησ-); in het bijzonder een inwendig augment: ανακτώ heroveren ανέκτησα ik heb heroverd.
Bijvoorbeeld:

paratatikos έπλεκα ik was aan het breien
  πλέκαμε wij waren aan het breien
aoristus έπλεξα ik heb gebreid
  πλέξαμε wij hebben gebreid
paratatikos έσκαγα ik barstte
  σκάγαμε wij barstten
aoristus έσκασα ik ben gebarsten
  σκάσαμε wij zijn gebarsten

 

Als werkwoorden samengesteld zijn uit een voorzetsel en een werkwoord waarvan de stam uit slechts één lettergreep bestaat, wordt het augment vaak tussen het voorzetsel en dat werkwoord geplaatst. In dat geval spreekt men van een inwendig augment.

Bijvoorbeeld:
προβλέπω voorzien, προέβλεψα ik voorzag

Bij sommige werkwoorden heeft dat gevolgen voor de laatste letter van het voorvoegsel.

 

Ook bij het voltooid deelwoord passief kan het voorkomen dat er een augment wordt toegevoegd.
Bijvoorbeeld:

σταυρώνω kruisigen, εσταυρωμένος gekruisigd
Dit kan dan ook nog een vorm aannemen die reduplicatie wordt genoemd.
Bijvoorbeeld:
πείθω overtuigen, πεπεισμένος overtuigd

 

In zeldzame gevallen kan als augment niet alleen een -ε-, maar ook -η- of -ει- voorkomen.
Het bekendst en veelgebruikt is: ήξερα ik wist, ήθελα ik wilde.

 

Zowel reduplicatie als de augmenten -η- en -ει- zijn overblijfsels van het Oudgrieks.
ενώνω verenigen, ηνωμένος verenigd

 

Soms wordt in situaties waarin geen augment nodig is, toch een augment gebruikt. Dit komt vooral voor in meer literaire, formele of oudere teksten.
Bijvoorbeeld:
....

 

Een klein aantal woorden  beginnend met α- of ε- kunnen in de verleden tijd een η- als augment krijgen. Ook voor dit augment geldt, dat het alleen gehandhaafd wordt als het beklemtoond is:

ελπίζω   hopen   altijd:  
  parat: ήλπιζα
έλπιζα
ik hoopte ελπίζαμε wij hoopten
  aor: ήλπισα
έλπισα
ik heb gehoopt ελπίσαμε wij hebben gehoopt
  ελέγχω controleren      
  parat: ήλεγχα
έλεγχα
ik controleerde ελέγχαμε wij controleerden
  aor: ήλεγξα
έλεγξα
wij controleerden ελέγξαμε wij hebben gecontroleerd
έρχομαι   komen      
  parat: ερχόμουν ik kwam ερχόμαστε wij kwamen
  aor: ήρθα ik kwam ήρθαμε wij kwamen
παραγγέλλω ')   bestellen      
  parat: παράγγελνα ik bestelde παραγγέλναμε wij bestelden
  aor: παρήγγειλα
παρέγγειλα
ik heb besteld παραγγείλαμε wij hebben besteld
εξάπτω ')   prikkelen      
  parat: έξαπτα ik prikkelde εξάπταμε wij prikkelden
  aor: εξήψα
έξαψα
ik heb geprikkeld εξάψαμε wij hebben geprikkeld
εφευρίσκω ')   uitvinden      
  parat: εφεύρισκα ik vond uit εφευρίσκαμε wij vonden uit
  aor: εφήυρα ik heb uitgevonden εφεύραμε
εφηύραμε
wij  hebben uitgevonden
διευθύνω ')   besturen      
  parat: διηύθυνα
(διεύθυνα)
ik bestuurde διευθύναμε wij bestuurden
  aor: διηύθυνα ik heb bestuurd διευθύναμε wij hebben bestuurd
θέλω 1)   willen      
  parat: ήθελα ik wilde θέλαμε wij wilden
  aor: θέλησα ik heb gewild θελήσαμε wij hebben gewild
ξέρω 2)   weten      
  parat: ήξερα ik wist ξέραμε wij wisten
  aor: ήξερα ik heb geweten ξέραμε wij hebben geweten
υπάρχω 3)')   bestaan      
  parat: υπήρχα ik bestond υπήρχαμε wij bestonden
  aor: υπήρξα ik heb bestaan υπήρξαμε wij hebben bestaan
de woorden die afgeleid zijn van -αγω 4), bijvoorbeeld:
εισάγω ')   importeren      
  parat: εισήγα ik importeerde εισήγαμε wij importeerden
  aor: εισήγαγα ik heb geïmporteerd εισαγάγαμε wij hebben geïmporteerd


1) Het werkwoord
θέλω komt van het Oudgriekse werkwoord εθέλω en heeft daarom in de paratatikos een η- als augment.
2) Het werkwoord
ξέρω is ontstaan uit de coniunctivus van het Oudgriekse werkwoord εξευρίσκω (namelijk: εξεύρω).
3) Het werkwoord υπάρχω krijgt verplicht een augment in alle personen van de paratatikos en van de aoristus (het augment draagt dan ook altijd de klemtoon).
4) De verleden tijden van werkwoorden op -αγω worden niet veel gebruikt. Over het algemeen geeft men de voorkeur aan een omschrijving door middel van het werkwoord κάνω (doen) + zelfstandig naamwoord: κάνω εισαγωγή/εξαγωγή (importeren/exporteren).
') Voor de volledigheid zijn in dit overzicht ook de werkwoorden met een inwendig augment opgenomen.

 

 

 


© Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright
 

.



 
  
 

Semantiek
Betekenisleer

l

Syntaxis
Syntaxis

l

Morfologie
Morfologie

l

Alfabet

l

Fonologie

     

*

*

*

*

   

+

+

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: beginnersniveau
2 sterren: gevorderden-niveau
3 sterren: studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht