Woordvorming, samenstellingen
Samengestelde woorden zijn woorden die uit twee delen bestaan die ieder op zich woorden met een autonome betekenis zijn (eventueel met een kleine wijziging in of toevoeging van een klinker of medeklinker).
Bijvoorbeeld: stoeptegel = stoep + tegel. In dit voorbeeld wordt gespecificeerd om wat voor soort tegel het gaat: een tegel die gebruikt wordt voor een stoep. Het woord tegel heet in deze samenstelling het hoofd en het woord stoep heet de modificeerder, het woord dat de betekenis van het hoofd in meer of mindere mate specificeert.
De meeste samenstellingen bestaan uit een hoofd en een modificeerder. Er zijn echter bepaalde samenstellingen waarbij geen van de delen de ander nader bepaalt, maar waarbij beide gelijkelijk bijdragen aan de betekenis van de samenstelling. Een dergelijke samenstelling heet een dvandva (een term ontleend aan de Indische grammatica).
In het Grieks hebben samenstellingen vaak een verbindings-omikron.
Bijvoorbeeld:
ο άντρας (de man) en
η γυνή (de vrouw, Nieuwgrieks:
η γυναίκα) levert: το αντρόγυνο (het echtpaar,
letterlijk: de man-vrouw).
Maar niet altijd: η βραχονησίδα - het rotseilandje.
Bijvoeglijke naamwoorden die een samenstelling zijn, hebben het accent op de voorlaatste lettergreep (zijn
proparoxytoon) met uitzondering van de bijvoeglijke naamwoorden op
-ής en -ικός.
Zelfstandige naamwoorden op -ο, die een
samenstelling zijn, hebben ook het accent op de voorlaatste lettergreep (zijn ook proparoxytoon).
Samenstellingen waarvan het tweede deel een werkwoord is, volgen de
klemtoonregels van het paradigma waartoe dat werkwoord behoort.
De volgende soorten samenstellingen worden onderscheiden:
- hoofd en modificeerder zijn zelfstandige naamwoorden
- lexicale collocaties (dit zijn in strikte zin geen samenstellingen
maar vaste verbindingen tussen een specifieke bijvoeglijke naamwoord
als modificeerder en een zelfstandig naamwoord als hoofd of tussen
een zelfstandig naamwoord als hoofd en een zelfstandig naamwoord als
modificeerder in de genitivus)
- diverse modificeerders (samenstellingen van bijvoeglijke
naamwoorden, bijwoorden, getallen met zelfstandige naamwoorden en
bijvoeglijke naamwoorden, of onderling)
- samenstellingen met een werkwoord als hoofd
- dvandva's (samenstellingen met twee hoofden)
Nb. Hoewel zowel het Grieks als het Nederlands het systeem van woordvorming door samenstelling kennen, komt het gebruik niet in alle gevallen overeen. Dat betekent dat in de ene taal sprake kan zijn van een samenstelling, terwijl dat in de andere taal niet het geval is. Eventueel is er dan sprake van een vaste verbinding of staande uitdrukking, of zelfs dat niet. Bij de bespreking van samenstellingen wordt hierin geen onderscheid gemaakt en komt een begrip al in aanmerking voor bespreking als het in één van de talen om een samnestelling gaat.