Nieuwgrieks, Vormleer en Zinsleer

Bezoek ook: www.woordenlijstnieuwgrieks.nl
Nieuwgrieks, Vormleer en Zinsleer
Bezoek ook: www.woordenlijstnieuwgrieks.nl

©

 
◄*   ►*   ▲**
direct naar: Grammatica    Klankleer    Vormleer    Zinsleer
direct naar: Grammatica    Klankleer    Vormleer    Zinsleer
Grammatica//Synt/SyntVorn1Onbe>


Zinsleer, voornaamwoorden, onbepaalde

 

Onbepaalde voornaamwoorden zijn:
- κανένας/κανείς  (iemand/niemand), τίποτα (iets/niets), πουθενά (ergens/nergens) en πότε (ooit/nooit) (niet-specifieke onbepaalde voornaamwoorden)
- κάποιος (iemand), κάτι (iets), κάπου (ergens) en κάποτε (ooit) (specifieke onbepaalde voornaamwoorden)
- καθόλου (zelfs niet).

De betekenissen niemand, niets, nergens, nooit en zelfs niet worden gebruikt in een ontkennende zin. Ook bij een antwoord zonder nadere toevoeging betekenen κανένα, τίποτα en ποτέ niemand, niets, nergens resp. nooit.

Het verschil tussen κανένας/κανείς, τίποτα, πουθενά en πότε enerzijds en κάποιος, κάτι, κάπου  en κάποτε anderzijds (in de betekenis van iemand, iets, ergens en ooit) is, laat zich het best aan de hand van een voorbeeld omschrijven.
Bij κανένας gaat het om iemand waarbij de spreker ook geen idee heeft wie dat zou moeten zijn (niet-specifiek).
Bij κάποιος gaat het om iemand die de spreker niet nader aanduidt, maar die wel min of meer bekend bij hem is (specifiek).

De woorden κανένας, κάποιος, τίποτα en κάτι kunnen ook bijvoeglijk gebruikt worden met betekenissen: een zekere, een of andere, een paar, wat, enkele.
Κανείς kan niet bijvoeglijk gebruikt worden, maar zelfstandig gebruikt is het identiek aan κανένας.


Betekenisverschil iemand - niemand, ed

niet-specifiek δεν είδα κανέναν. ik heb niemand gezien.
  τι έφαγε; Τίποτα. wat heb je gegeten? Niets
  έφυγε χωρίς να μου πει τίποτα. hij ging zonder me (ook maar) iets te zeggen.
specifiek ήρθε κάποιος να σε δει. er is iemand voor je geweest.
  δεν κάπνιζες κάποτε; rookte jij niet ooit?

 

Betekenisverschil κανένας - κάποιος ed

μίλησες με κανέναν; heb je nog met iemand gesproken? (niet- specifiek: de spreker heeft niemand op het oog)
ήρθε κάποιος να σε δει. er is iemand voor je geweest. (specifiek: er ís iemand geweest, maar die wordt niet nader benoemd)
τον έχεις δει ποτέ σου να καπνίζει; heb je hem ooit (van je leven) zien roken? (niet-specifiek: geen idee wanneer dat geweest zou  moeten zijn)
γνωρίσαμε κάποτε τη γυναίκα του. we hebben zijn vrouw ooit ontmoet. (specifiek: op een vaststaand moment, dat niet wordt benoemd)

 

Zelfstandig versus bijvoeglijk gebruik

 

θα πάρω κανένα βιβλίο να διαβάσω. ik koop (wel) een of ander boek om te lezen (niet-specifiek: ik heb nog geen idee welk)
έλα από το σπίτι κάποια μέρα που θα λείπει ο άντρας μου. kom (nog maar eens) langs op een dag dat mijn man niet thuis is. (specifiek: niet zo maar een dag, maar een dag dat mijn man niet thuis is)
είδα κάτι παλιόπαιδα να σπάνε τη βιτρίνα του μαγαζιού σου. ik heb een paar van die rotjongens de vitrine van je winkel kapot zien slaan. (specifiek: ik heb ze gezien)
τίποτα παλιόπαιδα θα έσπασαν τη βιτρίνα του μαγαζιού σου. het zullen wel een paar van die rotjongens zijn geweest, die de vitrine van je winkel kapot geslagen hebben. (niet specifiek: een veronderstelling, ik heb ze niet gezien)

Καθόλου

Het gebruik van het bijwoord καθόλου (zelfs niet) is vergelijkbaar met κανένας etc., maar kent geen onderscheid naar specifiek en niet-specifiek.
Het kan ook niet bijvoeglijk gebruikt worden.

δεν τον ξέρω καθόλου. ik ken hem helemaal niet.
πεινάς; Καθόλου. heb je honger? Helemaal niet.

 

Men

Het Nederlands kent nog als onbepaald voornaamwoord het woord 'men'.
Wanneer het Nederlands het woord 'men' gebruikt, gebruikt het Grieks meestal een constructie met de 3e persoon meervoud: ze.


© Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright

  

Betekenis:
Betekenisleer

l

Zin:
Zinsleer

l

Woord:
Woordleer

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Uitspraak

     

*

*

*

*

   

+

+

 

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: beginnersniveau
2 sterren: gevorderden-niveau
3 sterren: studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht

Toelichting werkwoordsvormen:

είδα < βλέπω - zien
έφαγε < τρώω - eten
έφυγε < φεύγω - weggaan
ήρθε < έρχομαι - komen
δω < βλέπω - zien
δει < βλέπω - zien
πάρω < παίρνω - halen, kopen
έλα < έρχομαι - komen
σπάνε < σπάζω - breken
έσπασαν < σπάζω - breken