lidw zelfst.nw bijv.nw bijw voornaamw telw werkw voorz voegw part woordvorming
Syntaxis
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
zinsdeel enkelv zin sameng zin hoofdzin vraagzin bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin complementszin bijwoordelijke bijzin
werkwoord naamvallen lidw zelfst nw bijv nw voornaamw telw bijw voorz voegw part woordvolgorde diversen
Grammatica//Synt/SyntPart3


Partikels en tussenwerpsels

Voorlopig zijn op deze pagina ook de woorden 'er' en 'het' opgenomen.

Partikels

Partikels zijn kleine onverbuigbare woorden die over het algemeen een speciale unieke functie in de zin vervullen.
Sommige woorden die hier als partikel worden beschouwd, kunnen ook als voorzetsel of bijwoord worden gezien: te
Gezien hun bijzondere functie worden ze hier echter apart opgenomen.
Ook enkele andere woorden zijn hier vanwege hun bijzondere functie gerubriceerd.

Het gebruik van partikels in het Grieks en in het Nederlands stemt niet overeen.

Tussenwerpsels

Tussenwerpsels zijn onverbuigbare woorden of woordgroepen die los van een zinsverband worden gebruikt. Bijvoorbeeld: h, ach, pardon, goedemorgen, hoor, bah.
Klanknabootsingen behoren ook tot de tussenwerpsels: boem, pats, kukeleku.

 

 

Er.

Het woord 'er' is eigenlijk een bijwoord.
Bijvoorbeeld: zij ziet er goed uit, er was niets van te begrijpen
Χρειάζονται 2.500 τόνοι φυτικού ελαίου για την παραγωγή ενός ... (er zijn nodig ... )

Het

Het woord 'het' wordt in het Nederlands gebruikt als lidwoord of voornaamwoord.
Als voornaamwoord is 'het' een onbepaald voornaamwoord en wordt gebruikt als 'loos onderwerp', 'loos lijdend voorwerp' of als 'voorlopig onderwerp'.
Bij het gebruik als loos onderwerp gaaat het om onpersoonlijke uitdrukkingen als:
- het regent.
- hoe gaat het met u?
- het is daar niet zo warm.
- ik ben het beu.
- met mij gaat het niet goed.
Bij het gebruik als voorlopig onderwerp gaat het om zinnen als:
- het is leuk dat je me komt opzoeken.
- het is nog maar de vraag of hij op tijd komt.
- het geeft niets dat je mijn verjaardag vergeten bent.

In het Grieks bestaan vergelijkbare uitdrukkingen. Behave bij het onpersoonlijk gebruik (het regent), komen die over het algemeen niet overeen met het Nederlands gebruik van het  onbepaalde voornaamwoord 'het'.

Voorbeeld voorlopig onderwerp:

ακριβώς έτσι όπως σου είπα, έγιναν τα πράγματα. het is precies zo gebeurd als ik je zei.

Men

Het woord 'te' is eigenlijk een onbepaald voornaamwoord .

δεν μπορεί κανείς να το ξεχάσει. men  kan het maar niet vergeten.

Te

Het woord 'te' is eigenlijk een bijwoord.

είσαι πολύ μικρός για να καπνίζεις. je bent te jong om te roken.
είναι πολύ βαρύ για να το σηκώσω. het is voor mij te zwaar om op te tillen.

 

 

Θα

Het partikel θα wordt gebruikt voor de werkwoordsvormen van de toekomend tijd.
Dit kan zowel een enkelvoudige als een samengestelde zin betreffen.
Zie ook:
- hoofdzin ingeleid door het partikel θα
- syntaxis en futurum.

 

Να

Het woord να komt in verschillende situaties voor:
- als partikel kan het een hoofdzin inleiden;
- als voegwoord kan het een bijzin inleiden;
- als partikel kan het onderdeel uitmaken van een voegwoord:  για να (om te, opdat), ώστε να (zodat), ώσπου να (totdat), πριν να (voordat), σαν να (alsof)
- als partikel/ tussenwerpsel kan het de functie van een aanwijzend voornaamwoord hebben: ziedaar, hier, daar.

να η Μαρία! daar heb je Maria!
να τος κιόλας: daar heb je hem al!

 

Μεν

Het partikel μεν wordt in de hoofdzin gebruikt in combinatie een nevenschikkend voegwoord om een tegenstelling te benadrukken.

καταλαβαίνω μεν τι θέλεις, αλλά δεν θα σου κάνω το χατίρι. ik begrijp heus wel wat je wilt, maar je krijgt tch je zin niet.
ναι μεν έχεις δίκιο, αλλά δεν γίνεται. (ja,) je hbt gelijk, maar het gaat gewoon niet.

Μεν wordt dan vaak in combinatie gebruikt met het niet zo vaak gebruikte voegwoord δε:

εμείς μεν φύγαμε, εκείνοι δε μείνανε. wj zijn weggegaan, maar zj zijn (nog) gebleven.

 

Δε

Het woord δε kan de volgende functies hebben:
- als bijwoord: ontkenning, δε of δεν: niet;
- als partikel: benadrukking van een tegenstelling: echter;
- als voegwoord: inleiding van een bijzin die een tegenstelling aanduidt: maar.

Bijvoorbeeld:

δεν το ξέρει. hij weet het niet.
ο δε μαθητής άκουγε προσεκτικά. de leerling echter luisterde aandachtig.
εμείς μεν φύγαμε, εκείνοι δε μείνανε. wj zijn weggegaan, maar zj zijn (nog) gebleven.

 

Ας

Het partikel ας is een overblijfsel van een vorm van het werkwoord αφήνω (laten).
Het vormt daarom steeds een inleiding tot een aansporende, toegevende of wensende zin.

ας στήσουμε τη σκηνή εδώ πέρα. laten we hier de tent maar opzetten.
ας έρθει κι ο Πέτρος. laat Piet ook maar komen.
ας είναι. het zij zo.

Deze pagina zal nog nader uitgewerkt worden.

Πιο

Het bijwoord πιο komt voor in combinatie met bijvoeglijke naamwoorden en bijwoorden om de vergrotende (meer) of overtreffende (meest) trap aan te duiden.

Δα

Het partikel δα wordt gebruikt ter versterking van een τόσος met verkleinwoord of een uitspraak.

τη γνώριζει από τόσο δα κοριτσάκι. hij kent haar vanaf dat ze zo'n klein meisje was.
έλα δα, μην κάνεις έτσι. kom op nou, stel je niet aan!
δεν είναι δα και τίποτα σπουδαίο. het is toch helemaal niet belangrijk.

 

 

 

 


Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright
 
 

Betekenis:
Semantiek

l

Zin:
Syntaxis

l

Woord:
Morfologie

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Fonologie

     

*

*

*

*

   

+

+

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: cursusniveau
2 sterren: schoolniveau
3 sterren: studieniveau
4 sterren: gevorderd studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht