zinsdeel enkelv zin sameng zin hoofdzin vraagzin bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin complementszin bijwoordelijke bijzin
werkwoord naamvallen lidw zelfst nw bijv nw voornaamw telw bijw voorz voegw part woordvolgorde diversen
Woordleer / Werkwoorden    
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
werkw woordsrt naamval lidw zelfst.nw bijv.nw bijw voornaamw telw voorz voegw part woordvorming
indeling 1e vervoeging 2e vervoeging deelwoord volt.tijd augment inwendig augment varianten lettergreep met ι-klank
A-grp B-grp E-grp G-grp N-grp T-grp Z-grp 2A1-grp 2A2-grp 2A/B-grp 2B-grp 2C-grp 2D-grp O-grp
Grammatica//MorfWerw/MorfWerw2Egrp


Werkwoorden E-groep


De E-groep bestaat uit de werkwoorden van de 1e vervoeging waarvan de stam op een klinker eindigt en waarvan bovendien:
- bij de tweede persoon enkelvoud de klinker van de stam wordt samengetrokken met de uitgang
- bij de paratatikos (en het tegenwoordig deelwoord) een γ tussen de stam en de uitgang wordt toegevoegd.

Enkele van de werkwoorden van de E-groep zijn regelmatig bij de vorming van de tweede stam actief: toevoeging van een σ aan de stam.  Dit leidt tot uitgangen: ξ, σ en ψ

De tweede stam passief wordt in die gevallen gevormd door toevoeging van een -θ aan de 2e stam actief. Dit leidt tot uitgangen: θ, χτ en χθ.

De E-groep omvat 10 werkwoorden (met samenstellingen).
Sommige samenstellingen hebben een afwijkende vorming van de 2e stam actief. Deze afwijkingen zijn onderstreept.

Het werkwoord λέω heeft een nevenvorm λέγω die vooral in samenstellingen wordt gebruikt.
Deze nevenvormen behoren door de stamuitgang γ formeel tot de G-groep. Voor de overzichtelijkheid worden zij echter als subgroep van de E-groep onderscheiden.

Het werkwoord σπάω heeft een nevenvorm σπάζω. Deze nevenvorm behoort formeel tot de Z-groep. Voor de overzichtelijkheid wordt deze echter bij de E-groep ingedeeld.

De volgende subgroepen worden onderscheiden.

 


 

stam
op
          aant
66
ε λέω
λέγω
λέγομαι πω είπα ειπωθώ
λεχθώ
ειπώθηκα
λέχθηκα
zeggen 7
  εκλέγω εκλέγομαι εκλέξω εξέλεξα εκλεχθώ
εκλεχτώ
εκλεγώ
εκλέχθηκα
εκλέχτηκα
verkiezen 6
  διαλέγω διαλέγομαι διαλέξω διάλεξα διαλεχτώ διαλέχτηκα uitkiezen 1
  αντιλέγω - αντείπω αντείπα - - tegenspreken 2
ου ακούω ακούγομαι ακούσω άκουσα ακουστώ ακούστηκα horen 8
  εισακούω εισακούομαι εισακούσω εισάκουσα εισακουστώ εισακούστηκα verhoren 1
ω τρώω τρώγομαι φάω έφαγα φαγωθώ φαγώθηκα eten 17
α σπάω
σπάζω
σκάω
σκάζω
σπάζομαι

-
σπάσω

σκάσω
έσπασα

έσκασα
σπαστώ

-
σπάστηκα

-
breken

breken
9
αι καίω καίγομαι κάψω έκαψα καώ κάηκα branden 8
αι κλαίω κλαίγομαι κλάψω έκλαψα κλαυτώ κλαύτηκα huilen 2
αι φταίω - φταίξω έφταιξα - - schuldig zijn 1
α φυλάω
φυλάγομαι φυλάξω φύλαξα φυλαχθώ
φυλαχτώ
φυλάχθηκα
φυλάχτηκα
bewaken
4

Nb1. σπάω en σκάω hebben nevenvormen σπάζω en σκάζω die formeel tot de Z-groep behoren.
Nb2. λέω en enkele regelmatige samenstellingen hebben nevenvormen op -λέγω die formeel tot de G-groep behoren en dus 'regelmatig' heten.
Nb3. πετάω en κοιτάω behoren niet tot de samengetrokken werkwoorden van de 1e vervoeging, maar tot 2A1.4-groep. In tegenstelling tot φυλάω hebben zij voor de paratatikos een nevenvorm op -ουσα en voor het passief een vorm op -ιέμαι.


 
  
 

Betekenis:
Semantiek

l

Zin:
Syntaxis

l

Woord:
Morfologie

l

Letter:
Alfabet

l

Klank:
Fonologie

     

*

*

*

*

   

+

+



Overzicht indeling werkwoorden
 

1e stam, 1e conjugatie,
actief en passief
  κρύβω, -ομαι verbergen
  ανοίγω, -ομαι openen
  διαβάζω, -ομαι lezen
  πείθω, -ομαι overtuigen
  χάνω, -ομαι verliezen
  ακούω, -γομαι horen
1e stam, 2e conjugatie,
actief en passief
A1 αγαπώ, -ιέμαι beminnen
A2 αντανακλώ, -ούμαι beschouwen
B θεωρώ, -ούμαι beschouwen
C πληρώ, -ούμαι voldoen aan
2e stam, 1e conjugatie, actief
  κρύψω verbergen
  ανοίξω openen
  διαβάσω lezen
  πείσω overtuigen
  πληρώσω betalen
  ακούσω horen
2e stam, 1e conjugatie, passief
  κρυφτώ verbergen
  ανοιχτώ openen
  διαβαστώ omhelzen
  πειστώ overtuigen
  πληρωθώ betalen
  ακουστώ horen
2e stam, 2e conjugatie, actief
A1 αγαπήσω beminnen
A2 αντανακλάσω weerkaatsen
B θεωρήσω beschouwen
2e stam, 2e conjugatie, passief
A1 αγαπηθώ beminnen
A2 αντανακλαστώ weerkaatsen
B θεωρηθώ beschouwen
D λυπηθώ spijt hebben