$paginatitel \n"; $_SESSION['paginatitel']=$paginatitel; ?>
 
zinsdeel enkelv zin sameng zin hoofdzin vraagzin bijvoeglijke/betrekkelijke bijzin complementszin bijwoordelijke bijzin
werkwoord naamvallen lidw zelfst nw bijv nw voornaamw telw bijw voorz voegw part woordvolgorde diversen
Morfologie / Werkwoorden  
direct naar: Grammatica    Morfologie    Syntaxis
werkw lidw zelfst.nw bijv.nw bijw voornaamw telw voorz voegw part woordvorming
indeling 1e vervoeging 2e vervoeging deelwoord volt.tijd augment inwendig augment varianten lettergreep met ι-klank
A-grp B-grp E-grp G-grp N-grp T-grp Z-grp 2A1-grp 2A2-grp 2A/B-grp 2B-grp 2C-grp 2D-grp 2O-grp
Grammatica//MorfWerw/MorfWerwRege/MorfWerwRege3AugmInwe


Inwendig augment

 

Als een werkwoord is samengesteld uit een voorzetselvoorvoegsel (prefix) en een werkwoord met een éénlettergrepige stam , dan wordt er in bijna alle gevallen een augment tussen het prefix en het werkwoord geplaatst. Dit augment wordt een 'inwendig' of  'intern' augment genoemd. Bijvoorbeeld:

ενδίδω toegeven (aan) aor: ενέδωσα ik heb toegegeven
συνδέω verbinden aor: συνέδεσα ik heb verbonden

 

Overzicht van de verschillende mogelijkheden:

voorzetselvoorvoegsel eindigt op α: δια, ανα, κατα
  α vervalt ten gunste van έ
    τον ενδιαφέρει het interesseert hem aor: τον ενδιέφερε het interesseerde hem
    αναβάλλω uitstellen parat: ανέβαλλα ik stelde uit
    διακόπτω onderbreken aor: διέκοψα ik heb onderbroken
    παραφράζω parafraseren aor: παρέφρασα ik heb geparafraseerd
    καταψύχω vriezen aor: κατέψυχα ik ben ingevroren
    αναθέτω opdragen aor: ανέθεσα ik heb opgedragen
voorzetselvoorvoegsel eindigt op α: δια, μετα
  α wordt ά
    μεταφράζω vertalen aor: μετάφρασα ik heb vertaald
    διαβάζω lezen aor: διάβασα ik heb gelezen
voorzetselvoorvoegsel eindigt op ι: περι
  ι blijft naast έ
    περιλαμβάνω omvatten aor: περιέλαβα ik heb omvat
    περιφέρω ronddragen aor: περιέφερα ik heb rondgedragen
    περιμένω wachten aor: περιέμεινα ik heb gewacht  
voorzetselvoorvoegsel eindigt op ο: προ, από
  ο blijft naast έ
    προκρίνω verkiezen aor: προέκρινα ik heb verkozen
  ο wordt ό
    προδίδω verraden aor: πρόδωσα ik heb verraden
    προκόβω vooruitgang boeken aor: πρόκοψα ik ben erop vooruitgegaan
beide varianten
    προκρίνω verkiezen aor: προέκρινα
πρόκρινα
ik heb verkozen
    προβλέπω voorzien aor: προέβλεψα
πρόβλεψα
ik heb voorzien
  ο wordt ό of έ
    αποτυχαίνω mislukken aor: απότυχα
απέτυχα
ik ben mislukt
voorzetselvoorvoegsel eindigt op ν: εν
  μ wordt weer ν, naast έ
    εμπνέω inspireren aor: ενέπνεα ik heb geïnspireerd
    συμβαίνει het gebeurt aor: συνέβαινε het gebeurde
    παρεμβάλλω tussenvoegen aor: παρενέβαλα ik heb tussengevoegd
  maar
    μπλέκω verwarren aor: έμπλεξα ik heb verward
voorzetselvoorvoegsel eindigt op ν: συν
  γ wordt weer ν, naast έ
    συγκλίνω duiden op aor: συνέκλινα ik heb geduid op
voorzetselvoorvoegsel εκ:
  εκ wordt εξ voor έ
    εκπλήσσω verbazen aor: εξέπληξα ik heb verbaasd
    εκδίδω uitgeven parat: εξέδιδα ik gaf uit
    εκβράζω uitbraken parat: εξέβραζα ik heb uitgebraakt
  εκτ wordt εξέθ
    εκτρέφω fokken aor: εξέθρεψα ik heb gefokt
voorzetselvoorvoegsel εισ:
  εισ wordt εισ plus έ
    εισρέω binnenstromen aor: εισέρρευσα ik ben binnengestroomd
voorzetselvoorvoegsel εκ:
  εκ wordt εξ voor έ
    εκπλήσσω verbazen aor: εξέπληξα ik heb verbaasd
    εκδίδω uitgeven parat. εξέδιδα ik gaf uit
voorzetselvoorvoegsel προσ:
  προσ wordt πρόσ
    προσθέτω toevoegen aor: πρόσθεσα ik heb toegevoegd
  προσ wordt προσέ
    προσλαμβάνω in dienst nemen aor: προσέλαβα ik heb in dienst genomen
voorzetselvoorvoegsel ξε:
  ξε wordt ξέ
    ξεκάνω uit de weg ruimen aor:
parat:
ξέκανα ik heb uit de weg geruimd
    ξεπλένω uitwassen aor: ξέπλυνα ik heb uitgewassen
voorvoegsel van een bijvoeglijk naamwoord of bijwoord:
  'echt' augment
    της το πρωτοέδειξα aor: ik heb het haar voor het eerst laten zien.
    τον πολυέβλεπαν parat: ze zagen hem vaak.
    τον συχνοέβλεπα parat: ik zag hem vaak.
  geen augment, accent op voorvoegsel
    το κακόμαθες το παιδί aor: je hebt het kind verpest.
    το παράκανες aor: je hebt het overdreven.

 

 

Nb1. Indien de aoristos een inwendig augment heeft, eventueel varianten met en zonder inwendig augment, dan heeft de paratatikos dat vrijwel altijd ook. Alleen indien de 2e stam actief een lettergreep minder heeft dan de 1e stam, heeft de paratatikos geen inwendig augment.
Bijvoorbeeld:
αναμειγνύω mengen par: αναμείγνυα aor: ανάμειξα ανέμειξα

 

Een klein aantal woorden  beginnend met α- of ε- kunnen in de verleden tijd een η- als augment krijgen. Ook voor dit augment geldt, dat het alleen gehandhaafd wordt als het beklemtoond is:

ελπίζω   hopen   altijd:  
  parat: ήλπιζα
έλπιζα
ik hoopte ελπίζαμε wij hoopten
  aor: ήλπισα
έλπισα
ik heb gehoopt ελπίσαμε wij hebben gehoopt
  ελέγχω controleren      
  parat: ήλεγχα
έλεγχα
ik controleerde ελέγχαμε wij controleerden
  aor: ήλεγξα
έλεγξα
wij controleerden ελέγξαμε wij hebben gecontroleerd
υπάρχω   bestaan      
  parat: υπήρχα ik bestond υπήρχαμε wij bestonden
  aor: υπήρξα ik bestond υπήρξαμε wij bestonden
έρχομαι   komen      
  parat: ερχόμουν ik kwam ερχόμαστε wij kwamen
  aor: ήρθα ik kwam ήρθαμε wij kwamen
παραγγέλλω   bestellen      
  parat: παράγγελνα ik bestelde παραγγέλναμε wij bestelden
  aor: παρήγγειλα
παρέγγειλα
ik heb besteld παραγγείλαμε wij hebben besteld
εξάπτω   prikkelen      
  parat: έξαπτα ik prikkelde εξάπταμε wij prikkelden
  aor: εξήψα
έξαψα
ik heb geprikkeld εξάψαμε wij hebben geprikkeld
εφευρίσκω   uitvinden      
  parat: εφεύρισκα ik vond uit εφευρίσκαμε wij vonden uit
  aor: εφήυρα ik heb uitgevonden εφεύραμε
εφηύραμε
wij  hebben uitgevonden
διευθύνω   besturen      
  parat: διηύθυνα
(διεύθυνα)
ik bestuurde διευθύναμε wij bestuurden
  aor: διηύθυνα ik heb bestuurd διευθύναμε wij hebben bestuurd
θέλω 1)   willen      
  parat: ήθελα ik wilde θέλαμε wij wilden
  aor: θέλησα ik heb gewild θελήσαμε wij hebben gewild
ξέρω 2)   weten      
  parat: ήξερα ik wist ξέραμε wij wisten
  aor: ήξερα ik heb geweten ξέραμε wij hebben geweten
υπάρχω 3)   bestaan      
  parat: υπήρχα ik bestond υπήρχαμε wij bestonden
  aor: υπήρξα ik heb bestaan υπήρξαμε wij hebben bestaan
de woorden die afgeleid zijn van -αγω 4), bijvoorbeeld:
εισάγω   importeren      
  parat: εισήγα ik importeerde εισήγαμε wij importeerden
  aor: εισήγαγα ik heb geïmporteerd εισαγάγαμε wij hebben geïmporteerd


1) Het werkwoord
θέλω komt van het Oudgriekse werkwoord εθέλω en heeft daarom in de paratatikos een η- als augment.
2) Het werkwoord
ξέρω is ontstaan uit de coniunctivus van het Oudgriekse werkwoord εξευρίσκω (namelijk: εξεύρω).
3) Het werkwoord υπάρχω krijgt verplicht een augment in alle personen van de paratatikos en van de aoristus (het augment draagt dan ook altijd de klemtoon).
4) De verleden tijden van werkwoorden op -αγω worden niet veel gebruikt. Over het algemeen geeft men de voorkeur aan een omschrijving door middel van het werkwoord κάνω (doen) + zelfstandig naamwoord: κάνω εισαγωγή/εξαγωγή (importeren/exporteren).

 


© Auteursrecht voorbehouden. Zie pagina Copyright
 

.



 
  
 

Semantiek
Betekenisleer

l

Syntaxis
Syntaxis

l

Morfologie
Morfologie

l

Alfabet

l

Fonologie

     

*

*

*

*

   

+

+

De bovenstaande zwarte sterren geven van elke pagina het niveau aan.

1 ster: beginnersniveau
2 sterren: gevorderden-niveau
3 sterren: studieniveau

1 plus: beschouwing
2 plussen: overzicht